Home > Blog > Mag u uw werknemers filmen op het werk?

Mag u uw werknemers filmen op het werk?

Op 28 januari 2016 publiceerde de Autoriteit Persoonsgegevens (voorheen College Bescherming Persoonsgegevens) de nieuwe beleidsregels omtrent cameratoezicht. Deze week al publiceerde de Autoriteit een onderzoek omtrent deze problematiek. Dit onderzoek had als resultaat dat het transportbedrijf De Rooy Transport BV moest stoppen met haar pilot waarbij haar chauffeurs constant werden gefilmd.

De casus
Het rijgedrag van de chauffeurs van De Rooy werd gefilmd door middel van een ingebouwde event-recorder gericht op de bestuurderscabine en eentje gericht op de omgeving. Er werd constant gefilmd, maar enkel in het geval van plotselinge abrupte bewegingen van de vrachtwagen, zoals een ruk aan het stuur of rembewegingen werden de beelden opgeslagen. Op de beelden kon men dan zien of de chauffeur bijvoorbeeld bezig was met zijn telefoon of bijna in slaap viel. De beelden werden vervolgens gebruikt om met de chauffeur in gesprek te gaan over de rijstijl en het rijgedrag. Ook werden de beelden vertoond in de kantine aan de andere chauffeurs. De chauffeur kon ervoor kiezen de camera’s aan of uit te zetten.

Het doel van het filmen
Volgens De Rooy had het filmen als doel de veiligheid van de chauffeurs en de medeweggebruikers te verhogen en de rijvaardigheid van de chauffeurs te verbeteren. De beelden zouden bijvoorbeeld ook kunnen helpen indien een chauffeur zou worden overvallen. Al met al, een nobel streven.

Echter het niet mee willen werken, werd gezien als fraude of werkweigering en zou de chauffeur zijn baan kosten. Daarnaast werd de chauffeur verteld dat zijn privacy niet werd geschonden en dat zijn toestemming om gefilmd te worden niet nodig was. Dit klinkt ons al iets minder nobel in de oren.

Volgens De Rooy was er echter geen goed en werkbaar alternatief voor het verkrijgen van het volledige beeld van gevaarlijke verkeerssituaties.

Wat zegt de wet?
De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) geeft zeven gronden waarop het filmen door De Rooy van haar chauffeurs gerechtvaardigd zou kunnen zijn. De Rooy baseerde haar standpunt op de laatste grondslag: het filmen van de chauffeurs zou noodzakelijk zijn voor de behartiging van een gerechtvaardigd belang. Echter hiervoor moet aan drie voorwaarden worden voldaan:

1) De verantwoordelijke moet een gerechtvaardigd belang hebben bij de verwerking.
Volgens De Rooy zorgden de eerder geprobeerde alternatieven niet voor een hoge(re) verkeersveiligheid. Deze alternatieven waren onder andere chauffeurscursussen, mentorchauffeurs en voorlichtingsbijeenkomsten. Het verbeteren van het rijgedrag van de chauffeurs en het daarmee verhogen van de verkeersveiligheid van de chauffeurs en diens weggebruikers door middel van het filmen, ondersteunen de bedrijfsactiviteiten van het transportbedrijf. Hierdoor heeft De Rooy een gerechtvaardigd belang bij het filmen van het rijgedrag en het opslaan van de beelden, aldus het AP.

2) De verwerking dient noodzakelijk te zijn voor het doel.
De vraag hier is of hetzelfde doel ook met minder ingrijpende middelen kan worden bereikt. Hier loopt het spaak: De Rooy heeft niet (voldoende) geargumenteerd waarom het verbeteren van de rijvaardigheid van de chauffeurs, alleen met het filmen kan worden bereikt. Er zijn alternatieven denkbaar die het bedrijf nog niet heeft geprobeerd, zoals het gebruik van rijsimulaties bij trainingen, het instellen van een belverbod, het installeren van carkits of het aanpassen van de planning om vermoeidheid te voorkomen. Daarnaast zijn er producten op de markt die het rijgedrag van de chauffeur technisch bijsturen door middel van een veiligheidssysteem.

3) Het belang of de fundamentele rechten van de werknemers prevaleert niet boven het gerechtvaardigd belang van de werkgever.
Ook hier gaat het bedrijf de mist in: een werknemer mag ook op de werkplaats uitgaan van enige privacy. De Rooy voert aan dat de beelden automatisch worden overgeschreven en alleen worden bewaard bij incidenten. Hierdoor zou de chauffeur niet continu worden gefilmd. Dit doet er, volgens de AP niet aan af dat de chauffeur constant een camera op zich heeft gericht en daarmee continu onder toezicht staat. Volgens het AP vormt dit een disproportionele inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de chauffeurs.

Kortom: De Rooy heeft niet voldoende kunnen beargumenteren waarom juist alleen door het filmen het rijgedrag van de chauffeurs kan worden verbeterd en de veiligheid op de weg wordt verhoogd. Er zijn alternatieven die hetzelfde resultaat bereiken zonder de werknemers continu te filmen. De pilot van het transportbedrijf moest worden gestopt en al het opgenomen materiaal moest worden gewist.

Conclusie
Cameratoezicht (op de werkplek) is alleen toegestaan indien noodzakelijk. Daarbij moet men zich steeds afvragen of hetzelfde doel ook met minder ingrijpende middelen dan cameratoezicht kan worden bereikt. Daarnaast dient men de (privacy)belangen af te wegen tegen het eigen belang.