Home > Blog > Van gedragscode naar wet; de Nederlandse Franchise Code

Van gedragscode naar wet; de Nederlandse Franchise Code

De Nederlandse Franchise Code (hierna: NFC) geeft gedragsregels voor zowel de franchisegever als de franchisenemer bij het aangaan, uitvoeren en ontbinden van franchisecontracten. De NFC werd in beginsel opgesteld als een vorm van zelfregulering, maar om meer draagvlak te creëren, zijn er plannen om de NFC te implementeren in de wet.

Franchiserelaties zorgen regelmatig voor problemen tussen franchisegevers en -nemers. Vanwege de afwezigheid van concrete regels in de wet, heeft rechtspraak uitvoerig invulling gegeven aan de gedragsnormen tussen partijen. Echter mist er een afdwingbare regeling. Met de komst van de NFC moet hier verandering in komen.

Doel
De NFC zal gaan gelden voor alle overeenkomsten tussen franchisegevers en -nemers. Het moet de positie versterken van de franchisenemer, waardoor er meer balans ontstaat tussen de franchisegever en de franchisenemer en geschillen tussen partijen worden voorkomen dan wel snel worden opgelost.

Beide partijen mogen in hun contracten afwijken van de NFC. Echter moet dit wel uitdrukkelijk in het contract gebeuren en worden gemotiveerd. Voor franchisecontracten die voor het tijdstip van inwerkingtreding zijn gesloten, zal een overgangsperiode van vijf jaar gelden.

Inhoud
De NFC is gevuld met fatsoens- en omgangsvormen. Door een goede informatieverstrekking en transparantie te bieden door de franchisegever, kan de franchisenemer een afgewogen beslissing nemen om wel of niet een franchiseovereenkomst.

Door het opnemen van onder andere de volgende bepalingen worden de rechten van de franchisenemer, volgens de NFC, geborgd:

  • Een verzwaarde informatieplicht voor de franchisegever: voor het aangaan van de overeenkomst dient de franchisegever de aspirant franchisenemer meer (financiële) informatie over haar organisatie af te geven, waaronder historische gegevens van eerdere franchisevestigingen binnen het rayon. Daarnaast dient de franchisegever verantwoording af te leggen over de besteding van de franchisevergoedingen.
  • Een verzwaarde onderzoeksplicht voor de franchisegever: de franchisegever mag alleen contracteren een aspirant franchisenemer die “na redelijk onderzoek” lijkt te beschikken over voldoende capaciteiten om de onderneming “op een gezonde en verantwoorde manier” te exploiteren.
  • Een verzwaarde inspanningsverplichting: de franchisegever moet zich maximaal inspannen om de kracht en voordelen van de franchiseformule verder te ontwikkelen en te verbeteren.
  • Zowel franchisegever als franchisenemer dienen het oprichten en het in stand houden van een franchisenemersvertegenwoordiging, die instemmingsrecht heeft over de bedrijfsvoering.
  • Volgens de NFC mag een non-concurrentiebeding die voortduurt na de overeenkomst niet langer dan 1 jaar duren.
  • Voor het oplossen van geschillen wordt een geschillencommissie franchise opgericht. Deze komt overigens niet in de plaats van de gewone rechter.

Mening franchisegevers
Franchisegevers, zoals Albert Heijn, AH to go, Etos, Gall & Gall, Jumbo, Bakker Bart, HEMA en Intratuin geven de voorkeur aan zelfregulering. Zij zijn van mening dat een wettelijke regeling hen beperkt in hun contractsvrijheid, belemmert in groei- en innovatiemogelijkheden en door een wettelijke regeling zeggenschap verliezen. De NFC als wettelijke regeling doet, volgens hen, geen recht aan de belangen van de franchisegever door veel meer en verdergaande verplichtingen voor de franchisegevers.

Status
De ingangsdatum van de wetswijziging is nog niet definitief. De consultatieperiode is afgelopen. De reacties worden nu bekeken en het wetsvoorstel wordt daarop eventueel aangepast. De inwerkingtreding is afhankelijk van de advisering door de Raad van State en vervolgens de goedkeuring door de Tweede en Eerste Kamer. Ondanks dat het nog ver weg lijkt, is het wel iets om in de gaten te houden!