Home > Blog > Stof tot praten

Stof tot praten

Kleding is bij uitstek een product dat veel wordt nagemaakt. Tot op zekere hoogte is dit ook toegestaan. Maar wat nu als je een heel bijzondere nieuwe stof ontdekt, zo’n eentje die nooit kreukt en krimpt? Aan de ontdekking van die heel bijzondere stof, zijn jaren van experimenteren voorafgegaan en het heeft veel geld gekost om deze stof te ontwikkelen. Kun je deze uitvinding dan ook daadwerkelijk beschermen en zorgen dat je er geld aan verdient?

Verschil modelrecht en octrooirecht
Vaak wordt het woord “patent” gebruikt om zowel modelrechten als octrooirechten aan te duiden. Toch is er een duidelijk verschil! Het octrooirecht ziet met uitstek op technische vindingen (zoals een nieuwe stof met een technisch element), terwijl het bij het modelrecht draait om de uiterlijke vormgeving van een product (een bijzondere zool van een schoen bijvoorbeeld), waarbij technisch bepaalde elementen nadrukkelijk zijn uitgesloten van modelbescherming. Maar het kan ook zo zijn dat op een product zowel modelrechtelijke als octrooirechtelijke bescherming van toepassing is.

Octrooirecht
Na registratie van een octrooirecht bezit je als octrooihouder voor een bepaalde tijd een monopolie om jouw uitvinding te exploiteren. De termijn voor bescherming is 20 jaar vanaf de datum dat je de aanvraag indient. De ratio achter de octrooirechtelijke bescherming is enerzijds gelegen in het aanmoedigen van het doen van uitvindingen; de uitvinder ontvangt een beloning voor zijn uitvinding, en omdat een technisch onderzoek kan leiden tot verkrijging van exclusieve rechten, leidt dit weer tot innovatie. Anderzijds wordt door het openbaar maken van het octrooirecht bereikt, dat de stand van de techniek hierop kan voortbouwen, en de technologische vooruitgang wordt gestimuleerd.

Wanneer octrooirecht?
Een octrooirecht wordt verleend, indien is voldaan aan vier vereisten:

1. Er moet sprake zijn van een uitvinding.

2. De uitvinding moet nieuw zijn.

3. De uitvinding moet op uitvinderswerkzaamheid berusten. Het moet een ongebruikelijk en origineel idee zijn, dat niet makkelijk door deskundigen op dit vakgebied te bedenken is.

4. De uitvinding moet kunnen worden toegepast op het gebied van de nijverheid. De uitvinding moet technisch zijn en moet ook echt werken.

Van belang is dat jouw uitvinding nog niet bekend mag zijn. De nieuwheid wordt immers getoetst aan de stand van de techniek die wordt gevormd door hetgeen reeds openbaar toegankelijk is gemaakt door een schriftelijke of mondelinge beschrijving, door toepassing of op enige andere wijze. Ook behoren de reeds ingediende, maar nog niet openbaar gemaakte, octrooiaanvragen die op de dag van indiening van de octrooiaanvraag of de dag erna worden gepubliceerd tot de stand van de techniek. Maar ook indien je zelf jouw uitvinding al ergens ter wereld openbaar hebt gemaakt (denk aan beurzen, brochures, o.i.d.), zal de uitvinding niet meer nieuw worden geacht en niet meer kunnen worden ingeschreven in het octrooiregister. Indien het noodzakelijk is dat je met anderen spreekt over jouw uitvinding, zorg dan dat er voorafgaande aan het gesprek een geheimhoudingsovereenkomst wordt getekend!

Conclusie
Mocht je dus als stoffenproducent, na jaren van ontwikkeling, net die ene stof hebben ontwikkeld die niet krimpt en niet kreukt, schreeuw dit dan niet direct van de daken, maar wend je direct tot een deskundige om te kijken hoe je jouw uitvinding het beste kunt beschermen om er ook de vruchten van te kunnen plukken. Je zult zien dat jouw stof dan stof tot praten geeft ….