Home > Blog > Schoenen, parallelimport en reputatieschade

Schoenen, parallelimport en reputatieschade

Wat kunnen we leren van de Converse uitspraak?

In deze zaak[1] ging het om de vraag of Aspo de welbekende Converse-schoenen met toestemming van Converse (of haar licentiehouders) in het verkeer heeft gebracht. Converse stelt hiervoor geen toestemming te hebben gegeven en beroept zich op haar recht het gebruik van haar merk te verbieden. In dit artikel behandel ik twee interessante juridische aspecten uit deze uitspraak: parallelimport en reputatieschade.

Parallelimport

Bij parallelimport gaat het om producten die worden geïmporteerd van buiten de Europese Economische Ruimte (EER), terwijl de merkhouder hiervoor geen toestemming heeft gegeven. Het gaat bij parallelimport om een origineel product, niet om namaak producten (slaafse nabootsing is namelijk per definitie verboden en strafbaar).

Als een product door of met toestemming van de merkhouder op de markt is gebracht binnen de EER, dan mag het product vrij circuleren in die markt. De ratio hierachter is het vrije verkeer van goederen binnen de Europese Unie. Het merkenrecht van de merkhouder is in dergelijke gevallen ‘uitgeput’, waardoor de merkhouder ten aanzien van deze producten geen beroep meer kan doen op zijn merkenrecht. Als een product door of met toestemming van de merkhouder buiten de EER op de markt is gebracht, dan mag het product niet zomaar worden geïmporteerd naar de EER. Als een product toch zonder toestemming van de merkhouder in de EER op de markt is gebracht, dan is sprake van parallelimport. Deze vorm van import is onrechtmatig en kan worden verboden door de merkhouder.

Indien een partij wordt aangesproken op grond van parallelimport, dan is het aan de aan de verkoper/afnemer om te bewijzen dat de producten met toestemming van de merkhouder in de EER zijn gebracht. De toestemming moet betrekking hebben op elk exemplaar van het product. Het enkel aantonen dat de merkhouder dezelfde producten al eerder in de EER in het verkeer heeft gebracht is onvoldoende.[2] De afnemer moet namelijk bewijzen dat de merkhouder de bedoeling had om de afnemer of verdere afnemers de gelegenheid te geven deze exemplaren binnen de EER verder te verhandelen.

Kan Aspo bewijzen dat de schoenen met toestemming van Converse in de EER zijn gebracht?

Aspo stelt dat Converse toestemming heeft gegeven voor het verhandelen van de schoenen, omdat er sprake is van een keten van partijen. Aspo toont door middel van facturen en een getuigenverklaring aan dat er met betrekking tot een lading van zo’n 13.000 schoenen sprake is van een keten van partijen, waarbij Converse bovenaan en Aspo onderaan zou staan. Volgens het Hof blijken er echter hiaten te zitten in de keten. De stukken die Aspo inbrengt zijn van matige kwaliteit (fotokopieën) en laten enkel de administratieve verantwoording zien. Onduidelijk is waar de schoenen vandaan kwamen en welke feitelijke route ze hebben afgelegd. Omdat Aspo er niet in slaagt de toestemming van Converse te bewijzen, maakt Aspo merkinbreuk. Aspo wordt veroordeeld om de verkoop van de schoenen gestaakt te houden en een schadevergoeding te betalen.

Reputatieschade

Converse doet geen expliciet beroep op reputatieschade, maar vordert dat Aspo een bedrag van € 50,- per paar schoenen aan schadevergoeding moet betalen. Het Hof lijkt dit op te vatten als een vordering tot vergoeding van reputatieschade en oordeelt dat Aspo ook ter zake van reputatieschade een schadevergoeding te betalen. Het gaat daarbij om een aanzienlijk lager bedrag dan de vordering van Converse, omdat Converse het bedrag van € 50,- niet voldoende heeft gemotiveerd en omdat de inkoop- en verkoopprijzen lager blijken. Het Hof stelt schattenderwijze de reputatieschade van € 10,- per verkocht paar schoenen vast. Daarnaast veroordeelt het Hof Aspo om aan Converse de winst van de verkochte schoenen af te dragen. Geluk bij een ongeluk voor Aspo: het grootste gedeelte van de schoenen is in beslag genomen en is dus niet verkocht. Over die schoenen hoeft Aspo geen winst af te dragen en geen schadevergoeding te betalen, dus de schade was te overzien.

 


[1] Hof ’s-Hertogenbosch 11 april 2017, IEF 16719 (Converse v. Aspo en Dieseel)

[2] HvJ 1 juli 1999, BIE 2000, IER 1999, 258 (Sebago/GB-Unic).