Home > Blog > ‘RAW BEAT EXPERIENCE’ klinkt H&M tóch niet als muziek in de oren

‘RAW BEAT EXPERIENCE’ klinkt H&M tóch niet als muziek in de oren

Het voortdurende ongelijk van H&M
Al vanaf 2010 liggen H&M en G-star in de clinch. H&M bracht toen een aantal T-shirts en truien met de print ‘RAW BEAT EXPERIENCE’ in het assortiment van haar winkels en webshops. G-star bezit het woord- en beeldmerk RAW en verzette zich tegen deze bedrukte kleding. Zij meende dat er sprake was van merkinbreuk. In 2012 stelde de rechtbank het Nederlandse jeansmerk al eens in het gelijk. H&M is hiertegen in hoger beroep gegaan.[1] Op 21 maart 2016 heeft het Hof geoordeeld en H&M wederom in het ongelijk gesteld.

Marktonderzoek
De reden dat H&M de beslissing afgelopen jaren meerdere keren heeft aangevochten is dat volgens het Zweedse modemerk de prints op de T-shirts en truien door het publiek worden gezien als een artwork dat verwijst naar muziek, jongeren en dansen. Het publiek zou het woord RAW niet direct in verband brengen met G-star. Uit marktonderzoek is echter gebleken dat maar liefst 45% van de respondenten het woord RAW (in de wetenschap dat het om kleding ging) associeerde met G-star. Deze associatie is ontstaan door intensief gebruik van het woord RAW door G-star sinds 1996. Hieruit vloeit dan ook voort  dat het woord- en beeldmerk RAW voldoende onderscheidend vermogen heeft vergaard.

Merkinbreuk?
H&M kreeg geen gelijk, maar waarom niet? Volgens de rechter omdat het woord RAW een dominante plaats op de print inneemt. Visueel wordt RAW benadrukt doordat het woord wordt onderstreept door het hengsel van de gettoblaster en daardoor afgescheiden van de woorden BEAT en EXPERIENCE. Als je de tekst van de print zou oplezen is RAW ook het eerste woord, waardoor het auditief een dominante plaats inneemt. De waren zijn identiek, het zijn immers truien en T-shirts die onder dezelfde noemer ‘kleding’ vallen waarvoor G-star haar merk heeft ingeschreven. Doordat het woord RAW zo dominant aanwezig is, het in beide gevallen om kleding gaat en uit marktonderzoek is gebleken dat RAW dezelfde betekenis oproept als het Gemeenschapsmerk van G-star, bestaat er verwarringsgevaar. En daarmee merkinbreuk door H&M.

Het Hof veroordeelt H&M ook in de proceskosten in hoger beroep : € 38.621,63! Gezien H&M ook al de kosten van €20.000,-[2] in eerste aanleg voor haar rekening heeft mogen nemen, viel dit toch wel even “rauw” op het dak.

Opmerkelijke bevoegdheid van de rechter
Wat verder opmerkelijk is aan deze zaak, is de grondslag waarop de bevoegdheid van de Nederlandse rechter wordt aangenomen. De bevoegdheid is deze zaak gebaseerd op de algemene Europese Brussel I verordening, in plaats van op het (ogenschijnlijke specialere) (lex specialis) Benelux Verdrag inzake Intellectuele Eigendom(BVIE). Het Hof oordeelt dat het BVIE niet prevaleert boven de Europese Verordening op basis van een eerdere zaak tussen H&M en G-star.[3] Deze specialiteitskwestie is voorgelegd aan het Europese Hof van Justitie[4], dus wordt mogelijk nog vervolgd…


[1] Zie Hof Den Haag, ECLI:NL:GHDHA:2016:669

[2] Zie IEPT20101210, Rb Den Haag, G-Star v H&M

[3] Zie Hof Den Haag, ECLI:NL:GHDHA:2013:4466

[4] Zie EHvJ C-230/15, Brite Strike Technologies