Home > Blog > Hyperlinks naar illegaal materiaal; inbreuk of niet? Het slotwoord van Britt Dekker

Hyperlinks naar illegaal materiaal; inbreuk of niet? Het slotwoord van Britt Dekker

Britt Dekker zorgde vandaag (weer) voor een kleine revolutie in het juridisch landschap. Al jaren suddert het geschil tussen haar en GeenStijl, nu beslecht door het Hof van Justitie. De hamvraag: is bij hyperlinken naar illegaal materiaal sprake van auteursrechtinbreuk?

De zaak stamt alweer uit 2011, maar lijkt nu dan toch echt tot een (juridisch) einde te komen. Ter recap: GeenStijl werd kort na de befaamde fotoshoot van Britt Dekker getipt over waar het (nog in embargo zijnde) beeldmateriaal op internet te vinden was. Deze foto’s waren zonder toestemming van Playboy online gezet. GeenStijl hechtte daar echter weinig waarde aan, en deelde (meerdere malen) de hyperlink naar het fotomateriaal. Playboy meende dat hiermee inbreuk werd gemaakt op haar auteursrechten en stapte naar de rechter. De Rechtbank gaf haar in eerste instantie gelijk, maar het Hof Amsterdam gooide het enkel op onrechtmatigheid – niet auteursrechtinbreuk. De zaak vervolgde naar de Hoge Raad, die op haar beurt de hulp van het Hof van Justitie inriep.

Het was niet de eerste keer dat het Hof van Justitie met dit hyperlink-bijltje had te hakken. Ook in eerdere zaken ging het in wezen over dezelfde juridische overweging: is sprake van auteursrechtinbreuk door hyperlinken, namelijk door het doen van een ‘mededeling aan het publiek’? Een dergelijke mededeling is alleen aan de rechthebbende voorbehouden. Dit is echter een minder eenvoudige term dan doet vermoeden. Er zijn diverse elementen die bepalen of iemand zo’n mededeling doet, en daarmee auteursrechtinbreuk pleegt. Zo geeft het Hof (nogmaals) aan dat daarvan sprake is als iemand (met volledige kennis van de gevolgen van zijn handelwijze) anderen toegang verleent tot enig materiaal. Ook is het (blijkbaar toch) van belang of zo iemand een winstoogmerk heeft of niet.

Het Hof gooit alle criteria in een grote potpourri en benadrukt dat elke ‘mededeling’ op zichzelf moet worden beoordeeld. Telkens weer kunnen daar verschillende criteria een rol spelen, juist ook omdat de feiten vaak net iets anders zijn. Zo ging het in de welbekende Svensson-uitspraak om hyperlinken naar materiaal dat met toestemming van de makers online was gezet. Daarvan is in het geval van Playboy geen sprake: de foto’s waren geupload zonder dat Playboy daarvan kennis had. Het Hof maakt daarom ook stellig duidelijk dat de uitkomst van onder meer Svensson niet de uitkomst van de Playboy-zaak bepaalt.

Uiteindelijk probeert het Hof in deze zaak een middenweg te vinden tussen de rechten van auteursrechthebbenden en de vrijheid van informatie. Ze doet dat niet door het advies van haar AG te volgen (zie hier). Er wordt bijzondere waarde toegekend aan de subjectieve kennis van de hyperlinker: had hij kennis (of kon hij dat hebben) van de illegaliteit van het materiaal waarnaar hij verwijst? Dit criterium weegt kennelijk zwaar en kan er op zichzelf al toe leiden dat sprake is van een relevante mededeling. Wanneer dus vaststaat dat een hyperlinker wist, of moest weten dat hij linkte naar illegaal materiaal (bijv. omdat hij daarover is aangeschreven), dan kan al sprake zijn van auteursrechtinbreuk.

Het Hof snapt wel dat niet altijd duidelijk is (of überhaupt bekend is) of gelinkt wordt naar illegaal materiaal. Met name bij particulieren die niet weten – en redelijkerwijs ook niet kunnen weten – of iets illegaal is, geldt dat zij geen volledige kennis hebben van de gevolgen van hun hyperlinken. Hun ‘goeder trouw’ (if you will) kaatst de bal terug waardoor toch geen sprake is van inbreuk.

Bedrijven zijn echter significant slechter af. Het bestaan van een winstoogmerk rechtvaardigt dat er hoe dan ook een vermoeden bestaat dat de hyperlinker kennis heeft van de eventuele achterliggende illegaliteit. De hyperlinker staat dus al met één been in het graf. Als er met een hyperlink winst wordt beoogd, dan kan het bedrijf ook wel even checken of alles in orde is (zo zal het Hof hebben gedacht).

Het arrest betekent nogal wat, vooral voor hen die stelselmatig op bedrijfsmatige basis hyperlinks beschikbaar maken. Zelfs een al te onvoorzichtige commerciële retweet kan direct al auteursrechtinbreuk betekenen. En al wordt alles gecheckt, dan kan de achterliggende pagina alsnog veranderen of toch iets ontschoten zijn. Het lijkt mij, zeker voor news aggregators, nagenoeg onmogelijk om alles met zekerheid te verifiëren. Hoe dan ook hangt de bewijslast (en daarmee het bewijsrisico) als een zwaard van Damocles boven de hoofden van de nieuwsmedia en Google’s van deze wereld. Het arrest gaat echter verder door te zeggen dat ook particulieren inbreuk plegen, zodra zij moesten weten dat zij doorlinkten naar illegaal materiaal. Dit is niet alleen voer voor discussie, maar kan een ongewenste aanzet zijn naar een chilling effect op hyperlinken. Daar staat wel tegenover dat (gezien het grote belang dat het Hof toekent aan vrije hyperlinks) deze drempel niet al te laag zal zijn.

Het arrest roept (te)veel vragen op en maakt de handeling ‘mededeling aan het publiek’ op dit moment nog niet transparanter. Daargelaten of wat GeenStijl deed uiteindelijk ‘rechtmatig’ was, is dit een knuppel van wereldformaat in het juridische hoenderhok. Wij houden de verdere ontwikkelingen in de gaten.

Lees de uitspraak hier.