Home > Blog > Hoge Raad geeft duidelijkheid over de beschermingsomvang van beschrijvende handelsnamen

Hoge Raad geeft duidelijkheid over de beschermingsomvang van beschrijvende handelsnamen

Afgelopen vrijdag 19 februari 2021 heeft de Hoge Raad antwoord gegeven op prejudiciële vragen in de zaak DOC tegen Dairy Partners inzake de beschermingsomvang van beschrijvende handelsnamen. De belangrijkste vraag die hier aan de orde kwam was de vraag of voor inbreuk op beschrijvende handelsnamen voldoende is dat er verwarringsgevaar bestaat (zoals volgt uit de Handelsnaamwet) of dat er ook bijkomende omstandigheden zijn vereist. Omdat de partijen de zaak hebben geschikt was de beantwoording van de vragen niet (meer) nodig om deze zaak te beslissen. Toch heeft de Hoge Raad besloten de vragen te beantwoorden om duidelijkheid te geven over de vraag wat nou precies de vereisten zijn voor inbreuk op een beschrijvende handelsnaam.

De discussie over deze vraag is ontstaan naar aanleiding van het Artiestenverloning-arrest van de Hoge Raad uit 2015 waarin werd geoordeeld dat het gebruik van een verwarringwekkend beschrijvende domeinnaam alleen onrechtmatig is wanneer er sprake is van bijkomende omstandigheden. Naar aanleiding van dit arrest is in de praktijk onduidelijk ontstaan over de reikwijdte hiervan, en met name of deze maatstaf zich ook uitstrekt tot beschrijvende handelsnamen.

Een domeinnaam is de naam waaronder een website wordt geëxploiteerd. Het enige principe dat voor een domeinnaam geldt: “is wie het eerst komt, die het eerst maalt”. Er is, in tegenstelling tot handelsnamen, geen specifieke wetgeving op het gebied van domeinnamen. Om die reden diende de Hoge Raad uitsluitsel te geven over de beschermingsomvang van een beschrijvende domeinnaam, hetgeen is gebeurd in het Artiestenverloning-arrest.

Aangezien handelsnamen en domeinnamen vaak over één kam worden geschoren, onstond er onduidelijkheid over de vraag wat dan de beschermingsomvang van een beschrijvende handelsnaam was en of hiervoor enkel verwarringsgevaar voldoende was, zoals ook volgt uit de wet, of dat er ook sprake moet zijn van bijkomende omstandigheden.
Een handelsnaam is de naam waaronder een onderneming wordt gedreven. In de praktijk wordt er veel gebruik gemaakt van (deels) beschrijvende namen. Met andere woorden: namen die bestaan uit woorden die de aard van de onderneming of de waren en diensten beschrijven (bakker X, café Y en boekwinkel Z). Het moet voor iedereen mogelijk zijn om gebruik te maken van beschrijvende handelsnamen om de aard van zijn onderneming aan te kunnen duiden. Maar wat als twee ondernemingen gebruik maken van dezelfde beschrijvende handelsnaam en hierdoor verwarring ontstaat bij het publiek?

In art 5 Hnw staat:

Het is verboden een handelsnaam te voeren, die, vóórdat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig gevoerd werd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een en ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard der beide ondernemingen en de plaats, waar zij gevestigd zijn, bij het publiek verwarring tussen die ondernemingen te duchten is.”

Uit dit artikel volgt dat de enige maatstaf is of verwarring tussen beide ondernemingen te duchten valt. Deze maatstaf impliceert dat de oudere handelsnaam bij het publiek bekend moet zijn. Alleen dan kan het publiek de jongere handelsnaam in verband brengen met de oudere handelsnaam en is er gevaar voor verwarring. Een geheel beschrijvende handelsnaam zal door het publiek niet snel worden herkend én gekoppeld aan één specifieke onderneming. Tenzij (!) door het (intensieve) gebruik van een beschrijvende handelsnaam het publiek de naam is gaan associëren met de onderneming die de naam voert (‘inburgering’).
De Hoge Raad heeft om die reden dan ook geoordeeld dat ook wanneer er sprake is van beschrijvende handelsnamen, alleen aan de maatstaf van verwarring moet worden getoetst. Die maatstaf biedt voldoende ruimte om geen bescherming of geringe bescherming toe te kennen aan (deels) beschrijvende handelsnamen. Er wordt immers getoetst aan de hand van alle omstandigheden van het geval.

Kortom: In tegenstelling tot beschrijvende domeinnamen, vereist de Handelsnaamwet geen bijkomende omstandigheden om te oordelen of er sprake is van verwarringsgevaar wanneer het gaat om beschrijvende handelsnamen.

De gehele uitspraak lees je hier: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2021:269&showbutton=true