Home > Blog > Hoe zit het met de merken van V&D?

Hoe zit het met de merken van V&D?

Afgelopen 15 februari werd bekend gemaakt dat de V&D definitief geen doorstart zou maken. Intensieve onderhandelingen met verschillende potentiële kopers konden niet voorkomen dat de deuren van alle 62 vestigingen voorgoed werden gesloten. Het zal bekend zijn dat wanneer een bedrijf failliet gaat alle eigendommen van dat bedrijf in de ‘boedel’ vallen. Zo zullen de fysieke goederen van de V&D worden verkocht middels een faillissementsverkoop, in de hoop zo (een deel van) de schuldeisers te kunnen betalen. Maar hoe zit het met merken van zo’n failliete partij?

Merken en modellen van V&D

Als voorbeeld nemen we V&D. Het bedrijf hield er meerdere merkregistraties op na, zowel in de Benelux als Europees. Deze merken besloegen ‘V&D’, ‘V&D VIP Kaart’, ‘Dressire’, ‘Frendz, ‘Leef je uit. V&D’, en (al eerder vervallen) ‘Soho’ en ‘Marine Dept’. Geregistreerde modelrechten leek V&D niet te hebben.

Status merkregistraties na faillissement

Net als met fysieke goederen, wordt over het algemeen door de curator geprobeerd om de merkrechten te verkopen. Deze opbrengsten worden ook in de boedel ingezet om (een deel van) de vorderingen van de schuldeisers te voldoen.

Maar let op: het is niet zo dat de merkrechten ondertussen in een soort ‘limbo’ komen te hangen. De merken zijn nog onverkort geldig, want die staan nog gewoon ingeschreven in het register. Dat de houder failliet is, doet daar niet aan af. Dit betekent alleen maar dat de curator nu (in plaats van de merkhouder) belast is met het beheer van de failliete boedel. De curator kan dus nog steeds de rechten inroepen en derden verbieden een vergelijkbare naam te gebruiken. Uiteraard kan hij dan ook (dat zal zijn voorkeur zijn) schadevergoeding vorderen: op die manier kunnen er immers ook weer inkomsten gegenereerd worden voor de boedel.

Wil je iets met de V&D-merken doen, dan zal je deze dus alsnog over moeten kopen.

Hoe koop ik een ‘failliete’ merkregistratie?

Het kan voordelig zijn om een merk te kopen uit een failliete boedel. Mogelijk kan immers op een relatief goedkope manier een stuk reputatie en goodwill overgenomen worden. Naar Nederlands recht is een merkrecht een vermogensrecht en daarmee een ‘goed’ in de zin van de wet. Goederen zoals deze worden bij faillissement in het openbaar verkocht (ten overstaan van een notaris of deurwaarder). Maar de verkoop kan met toestemming van de rechter-commissaris ook ondershands. Concreet betekent dit dat geïnteresseerde partijen in principe een bod zullen moeten doen op het gewenste merkenpakket. Bij meerdere partijen is het mogelijk dat dit bij opbod gaat: wie biedt het meest?

Wanneer de curator het bod accepteert, wordt een hiervoor bestemde akte opgemaakt om zo het eigendom over te dragen. De merkrechten zijn dan uit de boedel overgekocht. Resteert dan alleen nog de wijziging van het merkhouderschap in het merkenregister, maar die formele registratie zegt in beginsel niets over wie nu echt de eigenaar is van de merkrechten.

Hoewel het op deze manier overkopen van rechten uit de boedel voordelig kan zijn, bestaan er ook nadelen. Het is goed mogelijk dat de koop risicovoller is voor de koper. De curator zal namelijk niet snel garanties willen geven op het gekochte recht (laat staan vrijwaringen). Mocht uiteindelijk blijken dat er een kat in de zak is gekocht (het merk is bezwaard, inbreukmakend, etc..), dan is het lastig terug te gaan naar de curator. Bovendien is de boedel dan ondertussen misschien al wel leeg…

© Foto: V&D