Home > Blog > Haat/Liefde tussen co-auteurs

Haat/Liefde tussen co-auteurs

Kan een deelgenoot van een gezamenlijk werk zelfstandig het auteursrecht handhaven, óók tegen een andere deelgenoot? Deze vraag staat centraal in een geding tussen twee performancekunstenaars die jaren geleden enkele gezamenlijke werken maakten. De ex-geliefden maakten tijdens hun relatie vooral kunstwerken waarbij zij hun lichamen als medium inzetten. De werken bestonden vooral uit foto’s, video’s en films van de performance arts, zoals het 17 uur lang bewegingsloos zitten met de haren in elkaar gevlochten.

Overeenkomst

Nadat zij hun samenwerking en relatie hadden stopgezet, sloten zij een overeenkomst over de uitoefening van het gemeenschappelijke auteursrecht. De man beheerste het (fysieke) archief van de objecten, beeld- en geluidsdragers. De vrouw had volgens de overeenkomst het recht om de gezamenlijke werken te exploiteren. Zij betaalde hiervoor een vergoeding aan haar ex-vriend. Ze mocht daarbij geen veranderingen aanbrengen in de gezamenlijke werken zonder zijn voorafgaande toestemming.

Heruitvoering gezamenlijk werk

In weerwil van afspraken heeft de vrouw een heruitvoering gemaakt van het gezamenlijke werk Work Relation (zie foto voor een still uit de film) voor een reclamecampagne in 2014. De mannelijke kunstenaar heeft onder andere door deze heruitvoering een rechtszaak aangespannen, waarbij een geschil ontstond omtrent de uitleg van de overeenkomst. [1] De man was van mening dat de heruitvoering onder het aanbrengen van een verandering in de gezamenlijke werken valt, hetgeen haar niet was toegestaan. De vrouw was ervan overtuigd dat het enkel gaat om het opnieuw uitvoeren van een performance, hetgeen haar is toegestaan in de overeenkomst.

Uitleg overeenkomst

De rechtbank in Amsterdam betrekt bij de uitleg van de overeenkomst de Haviltex-maatstaf. Daarbij kijkt de rechter ook naar de wijze waarop partijen in de praktijk uitvoering hebben gegeven aan de overeenkomst. Volgens de rechtbank is de performance in grote mate gewijzigd, met name doordat de vrouw daaraan een commercieel karakter heeft verbonden. De rechter beslist dat een dergelijke heruitvoering van een gemeenschappelijk werk in gewijzigde vorm onder de overeenkomst niet toegestaan. Hierdoor is sprake van auteursrechtinbreuk door de vrouw. De vraag rijst of de man wel kan handhaven tegen deze inbreuk, aangezien de vrouw óók auteursrechthebbende is op het werk.

Zelfstandige handhaving auteursrecht door deelgenoot

Gerechtshof Den Haag oordeelde in 2015 dat een deelgenoot niet zelfstandig het auteursrecht kan handhaven tegenover een andere deelgenoot, althans niet wanneer dat niet in het belang is van de gemeenschap.[2]

De rechtbank Amsterdam maakt in zijn uitspraak onderscheid tussen de handhaving van persoonlijkheidsrechten en exploitatierechten. De persoonlijkheidsrechten vallen buiten de gemeenschap (zoals bedoeld in titel 7 boek 3 BW), waardoor een deelgenoot al sowieso wél tot handhaving van deze rechten kan overgaan. Ten opzichte van de exploitatierechten (waarover het Hof ging) is de rechtbank het niet eens het Gerechtshof.

Het gaat hier namelijk niet om de uitoefening van exploitatierechten, hetgeen volgens de parlementaire geschiedenis slechts door de rechthebbenden gezamenlijk kan worden uitgeoefend. Het gaat in casu om de handhaving van exploitatierechten. De rechtbank is, anders dan het Gerechtshof, van oordeel dat een deelgenoot zelfstandig het auteursrecht kan handhaven, ook tegenover een ander deelgenoot.

Conclusie
In casu maakte de vrouw inbreuk doordat zij de performance had gewijzigd. De man kan als deelgenoot zijn auteursrecht zelfstandig handhaven tegenover de vrouw.

Let op in de praktijk: indien u samen met een deelgenoot een werk exploiteert, dan kunt u het auteursrecht tegenover de ander handhaven.  Wilt u optreden tegen uw deelgenoot of heeft u andere vragen met betrekking tot het handhaven van uw exploitatierechten? U kunt altijd contact met ons opnemen!


[1] Rb. Amsterdam 21 september 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:5983

[2] Gerechtshof Den Haag 22 september 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2592.