Home > Blog > The Golden Earring – en het opzeggen van exploitatiecontracten

The Golden Earring – en het opzeggen van exploitatiecontracten

Bij een langdurige overeenkomst kan één van de contractanten op een gegeven moment wel eens genoeg hebben van de samenwerking. Bijvoorbeeld als vanuit de ander niet genoeg inzet wordt getoond of als die onvoldoende omzet binnenhaalt. Zeker bij exploitatieovereenkomsten kan hierover wrijving ontstaan. Tussentijds opzeggen is echter niet altijd een optie. Daarover heeft Golden Earring nu tot de Hoge Raad geprocedeerd.

De promotie van Golden Earring
Een exploitatiecontract is een vorm van een overeenkomst die voor langere tijd is aangegaan en waarbij bijvoorbeeld een uitgever of platenmaatschappij de muziek van een maker gaat exploiteren. Zo’n maker geeft dan eigenlijk de marketing, promotie en (digitale) distributie van zijn werk uit handen. Daarbij is het natuurlijk belangrijk dat die uitgever zich ook voortdurend voldoende inspant, zodat een maximaal rendement wordt behaald voor de muzikant.

Ook de bandleden van Golden Earring doen hun exploitatie niet zelf. Deze muzikanten van eigen bodem hebben al in een vroeg stadium overeenkomsten gesloten met Nanada Music (en anderen), om hun nummers als ‘Radar Love’ uit te laten geven. Hierbij werd ook een deel van de auteursrechten overgedragen aan Nanada c.s. Deze samenwerking bleek uiteindelijk geen succes, omdat Golden Earring van mening was dat er te weinig werd gedaan aan de promotie en exploitatie van de muziekwerken. De rockgroep wilde dus van de samenwerking af.

Tussentijds de samenwerking beëindigen bleek echter niet eenvoudig. Punt was namelijk dat de muziekuitgave-overeenkomsten niet voorzagen in zo’n tussentijdse opzeggingsmogelijkheid. De band en Nanada c.s. verschilden daarom van mening of opzegging wel kòn.

Opzegging van (duur)overeenkomsten
Hoe zit dat over het algemeen? Overeenkomsten voor bepaalde tijd zijn niet tussentijds opzegbaar. Maar: overeenkomsten voor onbepaalde tijd zijn in beginsel wel opzegbaar als de wet en de overeenkomst zelf niet iets (anders) voorschrijven. Het kan echter zo zijn dat de redelijkheid meebrengt dat opzegging toch enkel mogelijk is als daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestaat. Het kan om dezelfde reden voorkomen dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat een (schade)vergoeding moet worden betaald. Partijen kunnen zelfs ook afspreken dat opzeggen in z’n geheel uitgesloten is. Deze uitgangspunten gelden in principe voor alle overeenkomsten en dus ook voor de exploitatiecontracten waar het hier om gaat.

Dus was de langdurige samenwerking tussen Golden Earring en Nanada c.s. nu tussentijds opzegbaar? Nanada c.s. vond uiteraard van niet. Omdat de samenwerking was aangegaan voor de duur van de auteursrechten (70 jaar na overlijden maker) was volgens Nanada c.s. sprake van een overeenkomst voor bepaalde tijd. En die is dus niet opzegbaar. Omdat de auteursrechten bovendien voor een deel waren overgedragen (wat samenhing met de exploitatie), was het hoe dan ook de bedoeling van partijen dat tussentijdse opzegging was uitgesloten.

Oordeel Hoge Raad
De Hoge Raad ging niet mee met dit betoog. De overeenkomsten waren wél voor onbepaalde tijd aangegaan, ook al stond de termijn in principe vast. Hoe lang de contracten uiteindelijk exact zouden gelden was immers toch volstrekt onbekend. Daarnaast was het niet zo – hoewel de overdracht van de auteursrechten wel een definitief karakter had – dat daarmee de exploitatiecontracten ook niet opzegbaar waren. Deze rechten konden immers weer terug worden gegeven zodra de overeenkomsten tot een einde kwamen.

Volgens de Hoge Raad waren de overeenkomsten tussen Golden Earring en Nanada c.s. dus tussentijds opzegbaar. Ons hoogste rechtscollege maakte nog wel een belangrijke opmerking gericht op exploitatiecontracten. Het is, aldus de Hoge Raad, niet wenselijk dat zulke contracten zonder meer tussentijds opzegbaar zijn omdat dit, met het oog op de investeringen die een uitgever moet doen, te veel rechtsonzekerheid zou meebrengen. Dat zou nu juist de bereidheid tot investeren en daarmee uiteindelijk ook de makers niet ten goede komen.

De Hoge Raad komt daarom tot de conclusie dat voor opzegging van exploitatiecontracten in zijn algemeen wel eerst een voldoende zwaarwegende grond nodig is (in lijn met nieuwe wetgeving; art. 25e Auteurswet). De noodzaak daarvoor neemt wel af naarmate de investeringen gedaan door de uitgever weer zijn terugverdiend. Met andere woorden: opzeggen kan, maar wel met een goede reden.

Afbeelding: AVRO – Beeld En Geluid Wiki – Gallerie: Toppop 1974, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=1782213